Methode
Leo's methode (oude duiven)
Tot 1984 speelden Leo en Maria voornamelijk snelheidsvluchten. Daarna werd de
omschakeling gemaakt naar halve fond en kleine fond. Vanaf het begin van het
seizoen start Leo met 45 weduwnaars en 20 duivinnen. Deze worden geheel op
weduwschap gespeeld. Als eerste worden 2 vluchten vanuit Noyon gespeeld. De
duiven die daarna op halve fond worden gespeeld gaan iedere week mee, de duiven
die op de fond worden gespeeld, gaan om de 14 dagen mee. Hier wordt wel een
uitzondering gemaakt voor duivinnen, want die moeten sowieso iedere week mee.
Tot en met 2005 speelde Leo met zijn oude en jaarlingen “Totaal weduwschap”. Hij
zag dit als een voordeel om in verhouding minder duiven nodig te hebben. Vanaf
2006 wordt het totaal weduwschap op de hokken Broeckx-Van Hees volledig
afgeschaft. Leo ondervond eigenlijk meer nadelen dan voordelen. De eerste grote
moeilijkheid begint al wanneer de duiven moeten voorbereid worden op de
inkorving. Leo vindt het nodig om duivinnen die worden ingekorfd vooraf 1 uur
bij hun duiver te laten. Weduwnaars daarentegen mogen maar enkele minuten bij
hun duivin blijven.
De weduwnaars mogen steeds hun duivin zien vooraleer ze worden ingekorfd. Voor
duivinnen die op weduwschap worden gespeeld is dit niet zozeer noodzakelijk.
Wanneer je totaal weduwschap speelt, en de duiven komen thuis van de vlucht, dan
mogen de duivinnen tot ’s avonds bij hun duiver. Bij een weduwnaar is deze tijd
een stuk beperkter.
Dit is uiteraard een volgende moeilijkheid die totaal weduwschap met zich mee
brengt. Vandaar de overgang vanaf 2006 naar het gewone klassieke weduwschap. De
partners van de vliegduiven blijven altijd thuis. Op die manier kom je nooit
voor de verrassing te staan dat de duiver in een lege woonbak thuiskomt. Wanneer
een duiver in een lege woonbak thuiskomt is dit een groter probleem dan wanneer
dit bij een duivin voorvalt.

Maria's methode (jonge duiven)
Waar Leo de scepter zwaait over de oude duiven, zo heeft Maria haar territorium
op de hokken van de jonge duiven. Maria ontfermt zich -met veel succes- volledig
over de jonge duiven en dit al sinds 1989. In het verleden werden de jongen
voornamelijk gespeeld op halve fond en fond.Vanaf 2006 zal daar verandering in
komen omdat nu ook het electronisch constateren op de Belgiëvluchten werd
toegelaten.
Maria doet al het werk zelf bij de jonge duiven. Half januari krijgt ze ongeveer
120 jonge duiven. Het zijn enkel jongen van 1ste en 2de ronde. Het is de
bedoeling dat ze allemaal ongeveer dezelfde leeftijd hebben. Er worden hierna
absoluut geen jonge duiven meer bij gezet. Het totaal aantal jonge duiven wordt
verdeeld over 2 hokken. De oudste helft (+/- 60) zitten apart van de jongsten.
Wanneer de jongen ongeveer 14 dagen op het jonge duivenhok zitten, worden ze
gekuurd tegen het geel. Na 5 à 6 weken worden ze gespoten geënt tegen paramixo.
Tot ze ongeveer 7 weken oud zijn, worden ze volle bak gevoerd met kweekmengeling.
Na ongeveer 2 maanden worden de jongen lichter gevoederd met “Gaby Vandenabeele”
van “Beyers”.
Bij de jonge duiven staat veelal een verplaatsbare volière voor het hok. Op die
manier krijgen de duiven veel zuurstof. De jonge duiven worden in deze volière
opgesloten. De reden hiervan is dat ze onmiddellijk moeten leren langs de ingang
van het electronisch constateersysteem binnen te gaan. Vanaf het ogenblik dat ze
allemaal de weg weten om van de volière naar binnen te gaan, dan pas worden ze
echt buiten gelaten.
Vanaf het moment dat de jongen goed beginnen weg te trekken van het hok begint
Maria ze op te leren. Telkens wanneer de jongen worden gelapt moeten ze eerst
thuis een uur trainen. Volgens Maria is dit enorm belangrijk en komen ze
daardoor sneller naar huis. De jongen worden in 2 groepen opgeleerd, naargelang
de verdeling op de hokken.
Wanneer de ganse ploeg samen wordt opgeleerd, is de groep te groot en brengt dit
meer werk met zich mee. Maria gaat telkens pas tegen de middag lappen. De ene
dag neemt ze het ene hok, de volgende dag het andere hok. Bij thuiskomst van een
trainingsvlucht worden de duiven onmiddellijk binnen geroepen.
Nadat de jonge duiven 2 maal Quievrain (135km) hebben gevlogen worden ze
gescheiden. Duivers en duivinnen krijgen een apart hok. Daarna moeten ze 2 maal
Noyon (240 km) vliegen. Vervolgens gaan ze iedere week mee op halve fond (ongeveer
60 per hok).
Met het 2de hok gaat Maria later van start. Het 2de hok vliegt ook 2 maal Noyon,
daarna 2 maal halve fond en vervolgens gaan dze jonge duiven om de 14 dagen mee
naar de kleine fondvluchten.
Maria heeft haar jonge ploegje zodanig goed onder controle dat ’s maandags da
poulebrieven al worden ingevuld voor het volgende weekend. Op maandag weet ze al
welke duiven ze volgende zaterdag 1ste, 2de, 3de,… getekende gaat zetten.
|