LAATSTE NIEUWS:


23-05-2009

Dubbele Overwining op Etampes!
Deze vlucht was een groot succes want bij zowel de oude duiven als de jaarduiven werd een 1e,2e en 3e plaats behaald. Ook werden er zeer hoge prijspercentages gespeeld wat betekend dat de duiven een goede forme hebben. Hieronder de uitslag:
 

Eampes (381 km)
172 oude duiven
1,2,3,11,19,26,30,31,43,
47,50,58 (
12 prijzen van de 15 gezette duiven oude duiven (80%)

303 jaarse duiven
1,2,3,11,14,15,23,27,33,
37,39,49,58,72,75,77,87 (18 prijzen van de 23 gezette duiven (78%)
 

12-04-2009
Noyon
(240 km)
473 oude duiven
er wordt begonnen met een 10e plaats en 13 prijzen van de 20 gezette duiven oude duiven (65%)

528 jaarse duiven
de jaarse starten met de 4e plaats en behalen in zijn totaliteit 16 prijzen van de 29 duiven (55%)

19-04-2009
Noyon
(240 km)
van de 48 gezette duiven 34 prijzen (71%)

Maria heeft de jonge duiven op dit moment goed onder controle en ze blaken van gezondheid. Ze heeft een ploeg van 130 jongen gereed voor de aankomende vluchten.

 

 

  - 

 

 


 

Methode

 

Leo's methode (oude duiven)
Tot 1984 speelden Leo en Maria voornamelijk snelheidsvluchten. Daarna werd de omschakeling gemaakt naar halve fond en kleine fond. Vanaf het begin van het seizoen start Leo met 45 weduwnaars en 20 duivinnen. Deze worden geheel op weduwschap gespeeld. Als eerste worden 2 vluchten vanuit Noyon gespeeld. De duiven die daarna op halve fond worden gespeeld gaan iedere week mee, de duiven die op de fond worden gespeeld, gaan om de 14 dagen mee. Hier wordt wel een uitzondering gemaakt voor duivinnen, want die moeten sowieso iedere week mee.

Tot en met 2005 speelde Leo met zijn oude en jaarlingen “Totaal weduwschap”. Hij zag dit als een voordeel om in verhouding minder duiven nodig te hebben. Vanaf 2006 wordt het totaal weduwschap op de hokken Broeckx-Van Hees volledig afgeschaft. Leo ondervond eigenlijk meer nadelen dan voordelen. De eerste grote moeilijkheid begint al wanneer de duiven moeten voorbereid worden op de inkorving. Leo vindt het nodig om duivinnen die worden ingekorfd vooraf 1 uur bij hun duiver te laten. Weduwnaars daarentegen mogen maar enkele minuten bij hun duivin blijven.

De weduwnaars mogen steeds hun duivin zien vooraleer ze worden ingekorfd. Voor duivinnen die op weduwschap worden gespeeld is dit niet zozeer noodzakelijk. Wanneer je totaal weduwschap speelt, en de duiven komen thuis van de vlucht, dan mogen de duivinnen tot ’s avonds bij hun duiver. Bij een weduwnaar is deze tijd een stuk beperkter.

Dit is uiteraard een volgende moeilijkheid die totaal weduwschap met zich mee brengt. Vandaar de overgang vanaf 2006 naar het gewone klassieke weduwschap. De partners van de vliegduiven blijven altijd thuis. Op die manier kom je nooit voor de verrassing te staan dat de duiver in een lege woonbak thuiskomt. Wanneer een duiver in een lege woonbak thuiskomt is dit een groter probleem dan wanneer dit bij een duivin voorvalt.

 


Maria's methode (jonge duiven)
Waar Leo de scepter zwaait over de oude duiven, zo heeft Maria haar territorium op de hokken van de jonge duiven. Maria ontfermt zich -met veel succes- volledig over de jonge duiven en dit al sinds 1989. In het verleden werden de jongen voornamelijk gespeeld op halve fond en fond.Vanaf 2006 zal daar verandering in komen omdat nu ook het electronisch constateren op de Belgiëvluchten werd toegelaten.

Maria doet al het werk zelf bij de jonge duiven. Half januari krijgt ze ongeveer 120 jonge duiven. Het zijn enkel jongen van 1ste en 2de ronde. Het is de bedoeling dat ze allemaal ongeveer dezelfde leeftijd hebben. Er worden hierna absoluut geen jonge duiven meer bij gezet. Het totaal aantal jonge duiven wordt verdeeld over 2 hokken. De oudste helft (+/- 60) zitten apart van de jongsten.

Wanneer de jongen ongeveer 14 dagen op het jonge duivenhok zitten, worden ze gekuurd tegen het geel. Na 5 à 6 weken worden ze gespoten geënt tegen paramixo. Tot ze ongeveer 7 weken oud zijn, worden ze volle bak gevoerd met kweekmengeling. Na ongeveer 2 maanden worden de jongen lichter gevoederd met “Gaby Vandenabeele” van “Beyers”.

Bij de jonge duiven staat veelal een verplaatsbare volière voor het hok. Op die manier krijgen de duiven veel zuurstof. De jonge duiven worden in deze volière opgesloten. De reden hiervan is dat ze onmiddellijk moeten leren langs de ingang van het electronisch constateersysteem binnen te gaan. Vanaf het ogenblik dat ze allemaal de weg weten om van de volière naar binnen te gaan, dan pas worden ze echt buiten gelaten.

Vanaf het moment dat de jongen goed beginnen weg te trekken van het hok begint Maria ze op te leren. Telkens wanneer de jongen worden gelapt moeten ze eerst thuis een uur trainen. Volgens Maria is dit enorm belangrijk en komen ze daardoor sneller naar huis. De jongen worden in 2 groepen opgeleerd, naargelang de verdeling op de hokken.

Wanneer de ganse ploeg samen wordt opgeleerd, is de groep te groot en brengt dit meer werk met zich mee. Maria gaat telkens pas tegen de middag lappen. De ene dag neemt ze het ene hok, de volgende dag het andere hok. Bij thuiskomst van een trainingsvlucht worden de duiven onmiddellijk binnen geroepen.

Nadat de jonge duiven 2 maal Quievrain (135km) hebben gevlogen worden ze gescheiden. Duivers en duivinnen krijgen een apart hok. Daarna moeten ze 2 maal Noyon (240 km) vliegen. Vervolgens gaan ze iedere week mee op halve fond (ongeveer 60 per hok).

Met het 2de hok gaat Maria later van start. Het 2de hok vliegt ook 2 maal Noyon, daarna 2 maal halve fond en vervolgens gaan dze jonge duiven om de 14 dagen mee naar de kleine fondvluchten.

Maria heeft haar jonge ploegje zodanig goed onder controle dat ’s maandags da poulebrieven al worden ingevuld voor het volgende weekend. Op maandag weet ze al welke duiven ze volgende zaterdag 1ste, 2de, 3de,… getekende gaat zetten.